door Cees Min, augustus 2025

Samenlevingseconomie — mijn leeservaring als kompas voor waardige welvaart

  1. Inleiding

Wat een verlichting om in deze tijd van maatschappelijke en economische spanning een verfrissend alternatief te lezen: een economie die de mens centraal stelt. ‘De Samenlevings- economie’ is gelukkig geen dik academisch werk, maar een compact en krachtig manifest voor een waardige economie, waarin het sociale welzijn centraal staat. Niet geschreven als een blauwdruk, maar als een uitnodiging om gedachte verder uit te werken en te versterken. Hiertoe geef ik straks graag enkele suggesties.

Interessant en waardevol is, dat Jan dit heeft geschreven op 100-jarige leeftijd, met de helderheid van een denker die een eeuw heeft meegemaakt, doorleeft en doorziet. In een tijd waarin de grenzen van het kapitalisme steeds zichtbaarder worden ontstaan er gelukkig nieuwe denkers die het economische speelveld willen hertekenen. Jan is er een van.

  • Wat ik heb gelezen

Ik las een compact manifest, een richtinggevend kompas en een krachtige uiting van waarden en visie voor een waardige economie. De nadruk wordt gelegd op de interactie tussen instanties, bedrijven en mensen met als doel een rechtvaardige verdeling van welvaart. Dit gebaseerd op een bewuste samenhang tussen product en welzijn.

In een tijd van sociale scheefgroei en politieke fragmentatie is Samenlevingseconomie een kompas.  Deze interactie vindt plaats tussen vier sectoren (overheid, markt, huishouden en gemeenschap). M.i. terecht constateert Lindenbergh dat het huidige systeem met het denken in termen van efficiency, toegevoegde waarde en winstmaximalisatie scheefgroei en daarmee sociale vervreemding (hoor ik daar Marx?) veroorzaakt.

Waar traditionele boeken analyseren, nuance aanbrengen en beschrijven, kiest Lindenbergh voor een andere toon. Hij stelt: ‘het is tijd om te ontwerpen, te herzien en te verbinden’. Zijn BHK-model is geen technocratische formule, maar een ethisch raamwerk. Zijn vier-sectorenmodel — overheid, markt, huishouden en gemeenschap — biedt een nieuwe ordening die de mens niet reduceert tot consument of producent, maar erkent als relationeel wezen.

Interessant bij de beschrijving en de samenhang van dit sectorenmodel is, dat dit systeem voor mij ook invoelbaar is, omdat het niet alleen met verstand maar ook met het hart is geschreven. Lindenbergh lijkt mij een eigenzinnige persoon met een eigenzinnige visie die zich richt op het aanpassen van de economie aan de realiteit van de 21e eeuw en verder.

Hij ziet interactie als het fundament van economische (her)ordening. Mij spreekt het bijzonder  aan, dat het idee, dat economische groei niet gelijkstaat aan vooruitgang! en dat hij wijst op de blinde vlekken voor armoede en onvrijheid. Lindenbergh wendt zich af van het neo-liberale denken met haar pathologische drang naar efficiency en  winstmaximalisatie, maar richt zich op een economie van wederzijdse afhankelijkheden om tot een waardig evenwicht te komen tussen wat mensen nodig hebben en wat beschikbaar is. Ik lees dit boek als de basis van een waarde gedreven economie die niet alleen financieel, maar ook gebaseerd is op solidariteit, aandacht voor het milieu, samenwerking en zingeving. Hoe mooi is dat.

  • Een autonome stem die aansluit bij andere denkers

Tijdens het lezen betrapte ik mij erop, dat ik onwillekeurig Lindenbergh in een hokje probeer plaatsen met reeds bekende denkers. Dat is lastig, omdat hij een eigenzinnige denker is die, niet gehinderd door beperkingen en data zijn sterk normatieve gedachtengoed beschrijft. Hij is geen econoom en behoort niet tot een gevestigde school. Zoals ik al schreef is zijn boek eerder een persoonlijk en filosofisch manifest dan een academisch model.

Desondanks zie ik raakvlakken met denkers die mensen evenmin zien als een economische eenheid, maar als een relationeel en waardig wezens.  De eerste denkers die in mij opkomen zijn Kate Raworth (donuttheorie), Marx (das Kapital) en Pikkety (Kapitaal in de 21ste eeuw).
Allen rekenen af met het groeidogma en stellen dat het bbp een misleidende maatstaf voor welzijn is.

Daarmee is hij weliswaar verwant aan anderen, maar niet ingebed in een bestaande traditie.

  • Verwantschappen.

Kate Raworth beschrijft de zgn. Donut Economie: een economisch model dat ook een balans nastreeft tussen het voldoen aan de behoeften van de mens, maar vooral ook aan de grenzen van ecologische groei. Ze pleit voor een verschuiving van een economie die gefocust is op groei, naar een economie die ruimte geeft aan een rechtvaardige verdeling van de welvaart in verbondenheid met onze planeet. Ditzelfde doet de hiervan afgeleide theorie van ‘degrowth’, dat op dit moment veel opgang kent. Heel interessant is dat Lindenbergh niet de ecologie, maar sociale rechtvaardigheid als toets voor groei te nemen!

Iets anders van aard, maar wel relevant is de filosofie van Marx, waarin die stelt, dat de materiele omstandigheden van het leven (de economie) de werkelijkheid voor de mensheid bepaald (das Kapital). Evenals bij Marx bespeur ik bij Lindenbergh de constatering, dat de economie (sector 2 en 4) leidt tot een scheve klassen-samenleving wat leidt tot vervreemding (doordat ze een eigen leven gaan leiden) tussen de sectoren. In tegenstelling tot Lindenbergh, die de oplossing in een strakke overheidsregulering ziet, streeft Marx naar de realisatie van een sociaal-economische revolutie. Ik ben benieuwd hoe Lindenbergh dit ziet.

Als derde komt de Franse denker Pikkety in mij op. In aanvulling op Lindenbergh die stelt, dat klassieke marktmechanismen leiden tot scheefgroei en sociale onbalans, onderschrijft Pikkety in een lijvig rapport vol data-analyses, dat het rendement op kapitaal structureel hoger is dan de economische groei en welvaart, wat leidt tot toenemende sociale ongelijkheid. Hier hebben Pikkety en Lindenbergh de sociale welzijn als overeenkomst.

Daarnaast komen meerdere filosofen en schrijvers (zoals Jan Rotman) bij mij op met opvallende raakvlakken. In hun systeemkritiek leggen zij eveneens de nadruk op de waarde-balans en menselijkheid. De systeembenadering verdient in het boek van Lindenbergh zeker meer plaats. Het leidt te ver hier op in te gaan.

Om terug te keren naar mijn eigen behoefte tot hokjesdenken en Lindenbergh tot slot dan toch in een of ander hokje te plaatsen, dan wordt het: sociaal-economisch humanisme. Niet verkeert, als je je realiseert, dat enkele van de laatste Nobelprijswinnaars Economie zich ook verwant voelen met deze school die economie koppelen aan ethiek en welzijn.

  • Enkele kritische kanttekeningen bij de Samenlevingseconomie

Naast mijn enthousiasme wil ik toch ook enkele kanttekeningen plaatsen, aangevuld met welgemeende adviezen.

De Samenlevings-economie is niet bepaald een pageturner. Zoals een manifest betaamt vraagt het van de lezer aandacht en een open mind om nieuwe ideeën op je in te laten werken. Als je dit kunt en er de tijd voor neemt, wordt je beloond met een frisse en inspirerende blik van een 100-jarige.

4.1. Conceptueel sterk, maar weinig onderbouwd.

Tijdens het lezen van de vele stellingnames, bekroop mij steeds de behoefte aan onderbouwing en/of bewijsvoering. Het boek bevat nauwelijks data of casestudies uit de praktijk. Hierdoor blijft het wat abstract en is het lastig te toetsen op haalbaarheid of effectiviteit.

Advies:

  • Door het boek als een manifest te presenteren, geeft het de schrijver de vrijheid zijn ongepolijste visie te geven. Het gaat dan niet zozeer om het kwantitatieve maar om het kwalitatieve deel van de visie. Dat geeft het document een persoonlijke kracht die verder gaat dan academische distantie.
  • Deze persoonlijke kracht kan worden versterkt door casestudies, verhalen, herinneringen, anekdotes van een ervaren man die ‘alles’ (in welke vorm dan ook) heeft meegemaakt. Een manifest draagt de stem van een individu. In het geval van Lindenbergh: een 100-jarige denker die zijn levensvisie samenvat. Het is bijzonder interessant en het zou de betrokkenheid van de lezer vergroten, als hij wordt meegenomen in de achtergrond van waarom van het denken over de samenlevingseconomie. Lindenbergh heeft zelf een rijke historische bagage in de vorm van verhalen over gebeurtenissen die aanleiding zijn voor de ontwikkeling van zijn visie.

4.2. Zakelijk toon.

De opzet is zakelijk en soms wat onpersoonlijk. Het gebruik van formules leidt af van de intrinsieke boodschap van Lindenbergh. Onwillekeurig was ik steeds bezig de formules in te vullen waarbij ik vast liep in het onthouden van de deelformules, terwijl het daar m.i. niet om gaat. De kracht ligt in de gedrevenheid van Lindenbergh.  Deze intrinsieke boodschap die af en toe aan de oppervlakte kwam gaf mij weer het ‘zetje’ om door te lezen.

Advies:

  • Meer over zijn levensloop en hoe hij tot deze visie is gekomen.
  • Wat meer morele urgentie. Zie advies bij de vorige kanttekening.

4.3. Overzicht

Het was lastig om het overzicht van alle informatie en formules vast te houden. Eerst heb ik het in delen gelezen waardoor ik telkens moest teruglezen om het verband te blijven zien. Pas toen ik het voor de tweede keer, in een stuk door las begreep ik de samenhang. Het geconcentreerd lezen van 85 bladzijden was voor mij een uitdaging.

Advies:

  • Geef regelmatig een samenvatting of een overzicht van de diverse informatie. Dit laatste kan in de vorm van een grafiek, tabel enz.
 causaliteitInteractie
   
   
  • Persoonlijk moest ik ‘er in komen’. Het had mij geholpen, als het betoog rustig was opgebouwd, door te beginnen met een introductie van Jan Lindenbergh, zijn leven en de herkomst van zijn ideeën. Wat interessant is het om de ervaringen en visie van een 100-jarige te lezen.
  • De bijlage 1 (filosofie van dialectiek, causaliteit en interactie) zou ik naar voren halen. Toen ik dit las werd mij de bedoeling van het boek en het model duidelijk.
  • Verder onderzoek.

De gedachten van Lindenbergh verdient vervolg! Het zou mooi zijn als het meer onderbouwing en bewijsvoering zou krijgen. Ik noem enkele onderzoeksmogelijkheden waar studenten hun tanden in kunnen zetten.

  • Empirische onderbouwing van het vier-sectorenmodel. Dat kan al eenvoudig door het ontwikkelen van casestudies of het kwantitatief invullen van de formule. Ook praktijkvoorbeelden kunnen de toepasbaarheid aantonen.
  • De Samenlevingseconomie heeft m.i. vooral betrekking op nationaal niveau. Vraag is hoe de Samenlevingseconomie functioneert in een geglobaliseerde wereld waarin nationale grenzen economisch poreus zijn en onder druk staan.
  • In hoofdstuk 4 wordt de rol van de overheid beschreven. Recente ontwikkelingen rond het huidige kabinet met soms ultrarechtse/liberale ideeën zal de visie van Lindenbergh weinig voedingsbodem bieden. Interessant is te kijken naar experimenten met vormen waarbij de vier sectoren een rol spelen en betrokken partijen, in overleg, tot gedragen interventies en oplossingen komen. Vooral in Denemarken zijn ze ver met deze ontwikkeling die bekend staat onder de naam deliberatieve democratie.
  • Wat zijn mogelijke scenario’s voor beleidsimplementatie, inclusief mogelijke weerstanden. Zonder een routekaart voor invoering van het model van Lindenbergh blijft het een utopie.
  • Onderzoek hoe het model functioneert als mensen sterk uiteenlopende behoeften hebben en de sociale dynamiek dreigt te ontaarden in rivaliteit en strijd. Betrek inzichten uit de sociale wetenschappen om het model breder te verankeren. Het samenlevingsmodel raakt aan meer dan alleen geldstromen. De theorie van Systeemdenken biedt hiertoe een aanzet.
  • Tot slot

Tot slot rest mij oprechte dank, dat ik mij in dit boek (sorry pamflet) mocht verdiepen. Het heeft me geraakt, geprikkeld en mijn overtuiging versterkt dat een andere economie mogelijk is. Als kind van de jaren 60 en 70 zie ik het als een ode aan het streven naar een rechtvaardige wereld. Jan geniet van het succes.